Actief schrijven (3min training)

Actief schrijven

Hoe schrijf je actieve zinnen? Je krijgt er geen strakke kont van, helaas. Want actief schrijven betekent niet dat je squattend voor je laptop hangt. (Wel een goed idee voor die strakke kont trouwens.) Het enige dat in actie komt, zijn de onderwerpen in je zinnen. Actief schrijven is één van de geheimen van een lekker lopende tekst. En dat geheim ken jij nu ook.

Waarom actief schrijven?

Laten we beginnen met wat je eraan hebt. Als je actief schrijft, wordt je tekst:

  • Levendiger In een actieve zin komt het onderwerp in actie. Bijvoorbeeld een persoon. Een passieve zin laat in het midden wie of wat in actie komt. Dat kan onpersoonlijk en vaag zijn.
  • Korter Een actieve zin is korter en directer dan een passieve zin. 
  • Makkelijker leesbaar Actieve zinnen zijn fijner om te lezen. Je hoeft er minder bij na te denken. Want de zinsopbouw is simpeler dan die van een passieve zin. Wil je meer weten over de leesbaarheid van een tekst? Lees onze 6 technieken voor lekker leesbare zinnen.
  • Overtuigender Een leesbare, korte, directe zin is beter te begrijpen. En begrip is heel belangrijk als je de lezer wil overtuigen.

Het verschil tussen actief en passief schrijven

Als je actief schrijft, noem je heel duidelijk wie of wat de hoofdrol speelt in je zinnen (het onderwerp). En wat die hoofdrolspeler doet. Het onderwerp is ondernemend en zelf bezig.

Bij een passieve zin maakt het onderwerp iets mee. Iets overkomt de hoofdrolspeler. In de volgende twee voorbeelden merk je het verschil.

PASSIEF: Ruben wordt door een taxi naar huis gebracht. Hij láát zich naar huis brengen.
ACTIEF: Ruben neemt een taxi naar huis. Hier zorgt Ruben zelf dat hij thuis komt. Hij komt in actie.

PASSIEF: De koffie wordt snel opgedronken. De koffie laat zich opdrinken. Door wie of wat is niet duidelijk.
ACTIEF: De gasten drinken snel de koffie op. Aha, de gasten doen dat!

Snap je het verschil?

Actief schrijven begint bij het onderwerp

Elke zin kun je actief of passief schrijven. Als je actief schrijft, komt het onderwerp uit de zin in actie. Als je passief schrijft, overkomt het onderwerp iets. Actief schrijven begint dus bij het onderwerp. Dat wat de hoofdrol speelt in de zin. Hoe vind je het onderwerp in de zin ook alweer? 

Stap 1: Zoek eerst de persoonsvorm. Maak van de zin een vraag. Dan staat de persoonsvorm vooraan. Voorbeeld: Ruben gaat naar huis. Gaat Ruben naar huis? Gaat is hier de persoonsvorm.

Stap 2: Het onderwerp uit de zin vind je met de vraag: wie of wat + persoonsvorm. Bijvoorbeeld: Wie of wat gaat? Ruben gaat (naar huis). Ruben is dus het onderwerp van de zin.

Passieve zin actief maken

Hoe maak je passieve zinnen actief? Daarvoor moet je ze eerst opsporen natuurlijk. De woorden zijn, worden, hebben en door vind je vaak in passieve zinnen. En er staat altijd een voltooid deelwoord in. Zoek deze woorden in je tekst. Bekijk dan of je de zinnen actief kunt en wilt maken.

Hulpwerkwoorden wegwerken

Vind je voltooid deelwoorden in je tekst? Vaak staat daar een hulpwerkwoord bij. Zoals hebben, zijn of worden. Maak van de voltooid deelwoorden de persoonsvorm. En werk de hulpwerkwoorden weg. Bijvoorbeeld zo:

PASSIEF: Ik heb vorige week mijn verjaardag gevierd. Gevierd is een voltooid deelwoord.
ACTIEF: Ik vierde vorige week mijn verjaardag.

PASSIEF: Benieuwd wie je voor zijn gegaan? Gegaan is een voltooid deelwoord.
ACTIEF: Benieuwd wie je voor gingen?

De hoofdrolspeler noemen

Vraag jezelf altijd af: Wie doet hier wat? En noem het onderwerp van je zin als eerste. Twee voorbeelden.

PASSIEF: De pakketjes worden bezorgd door de postbode.
Door wie of wat worden de pakketjes bezorgd? Door de postbode.
ACTIEF: De postbode bezorgt de pakketjes.

PASSIEF: De squats worden in razend tempo gedaan. Ria wil graag strakke billen.
Door wie worden de squats gedaan? Door Ria.
ACTIEF: Ria doet de squats in razend tempo. Ze wil graag strakke billen.

Kies soms wél voor passieve zinnen

Soms is het logisch om een passieve zin te laten staan. Of zelfs toe te voegen. Zoals de vorige zin. Daarin staat wát wordt gedaan centraal, in plaats van wíe het doet. ‘Er is al 3 keer ingebroken’, is een ander voorbeeld. Wie inbrak, is niet relevant of onbekend. Het gaat vooral om het aantal inbraken.

Een andere reden om een passieve zin te laten staan, is dat het een verhaal mooi maakt. Of spanning kan toevoegen. Bijvoorbeeld: “De award voor beste actrice is gewonnen door…”

Daarbij voelt een hele tekst in actieve vorm onnatuurlijk. Dat komt omdat we in gesprekken veel passieve zinnen gebruiken.

Kortom, schrijf vooral actief en soms passief. Kijk waar een actieve zin de tekst krachtiger maakt. En waar juist niet.

 

 OOK INTERESSANT